Skip to main content

MS

Afkorting staat voor: multipele sclerose

Voorkomen: vaakst voorkomende chronische ziekte van het centrale zenuwstelsel

Wie: 3 ♀ : 1 ♂

Start ziekte: 15-50 jaar

Voorkomen: 36.000 mensen in Nederland (2025)

Oorzaak

Oorzaak: ?


Idee: meerdere oorzaken

  • Genetische kwetsbaarheid die leidt tot verkeerde reactie van het afweersysteem.
  • Trigger: omgeving

Daardoor ontstaan schade in het centrale zenuwstelsel (CZS), oftewel in het brein en ruggenmerg. In de aangedane gebieden een ontstekingsbeeld en verlies van de isolerende laag om zenuwvezels (demyelinisatie) en zenuwvezels (axonen) gezien. Dit maakt dat de MS merkbaar wordt.

Beloop

MS verloop vaak via een typisch beloop:

Bij start MS:

  1. Relapsing remitting MS (RRMS): beeld met exacerbaties (schubs), zijnde aanvallen waarbij nieuwe klachten ontstaan of verergeren - 80%
  2. Primair progressieve MS (PPMS): langzaam verergering beeld - 20%


Met de jaren wordt bij het meerderendeel (60%) een geleidelijke verergering gezien met exacerbaties door ontstekingsactiviteit. Dit wordt secundair progressieve MS (SPMS) genoemd. Wanneer de witte isolatielaag en de lange uitlopers van zenuwcellen verloren zijn gegaan, rest er blijvende schade. 


In de praktijk komt het er vaak op neer dat het lopen geleidelijk moeizamer gaat. Naarmate dit minder wordt gaan ook de darmen en/of blaas minder werken. Over tijd kunnen ook de armen minder gaan werken en denken worden aangedaan.  

Diagnostiek

MS is een klinische diagnose, oftewel een ziekte die gesteld wordt op basis van het verhaal en het beeld. Hierbij wordt de gereviseerde criteria van McDonald gebruikt, waarin onder andere staat dat:

  • Andere oorzaken voor de klachten moeten worden uitgesloten.
  • Het ontstaan van schade op meerdere plekken in het centrale zenuwstelsel (CZS) moet worden aangetoond.

Hiervoor wordt een MRI en soms hersenvocht gebruikt.

 

Prognose

Hoe snel de ziekte verloopt wisselt per persoon. Bij het merendeel gaat het langzaam achteruit en bij een klein deel gaat het een stuk sneller.


Positieve voorspellers verloop:

  • Start met schub
  • (Bijna) volledig herstel na 1e schub
  • Gevoelsklachten: tintelingen, doof gevoel


Negatieve voorspellers verloop:

  • Start MS op hoge leeftijd
  • <1 jaar 2e schub


Het duurt circa 20 jaar tot een loophulpmiddel nodig is en 30 jaar tot er sprake is van rolstoelafhankelijkheid. MS is geen dodelijke ziekte, maar men kan kwetsbaarder worden door de beperkingen en overlijden door een complicatie zoals een longontsteking. Wat betreft de levensverwachting, deze is nauwelijks verkort. Door medische vorderingen lijkt het verschil in levensverwachting tussen gezonde mensen en mensen met MS verder te verkleinen. 

 

Behandeling

Relapsing remitting MS (RRMS) kan worden behandeld met:

  • Interferon β

Eiwit die lijkt op de boodschappers die de afweer maakt om afweerreacties te sturen


  • Glatirameeracetaat

Eiwit waarvan de structuur lijkt op myeline, de beschermlaag van zenuwcellen die bij MS wordt aangevallen. Het middel werkt als een bliksemafleider: de afweer gaat zich daarop richten in plaats van op het zenuwstelsel, waardoor het gespaard blijft.


Beide medicijnen moeten per injectie worden toegediend. Ze vertragen MS door overactieve afweer tegen eigen zenuwcellen remmen en het aantal exacerbaties te verminderen.


Indien zwanger op de medicatie te staken tot na het stoppen van de borstvoeding, tenzij er veel exacerbaties zijn. 

 

Revalidatie 

Dit komt in beeld als functiebeperkingen hierom vragen. Het kan helpen functioneringsproblemen op te lossen en nieuwe problemen vroegtijdig te signaleren en daarop te anticiperen.


Hoe wordt de patiënt in kaart gebracht?

  • Vraaggesprek: type & aanvang MS, schubs, alledaags functioneren, participatie, medicatie, klachten aangaande psyche, denken, seksueel en het poepen & plassen, vermoeidheid, zien, spreken, slikken, pijn, doorligplekken, hulpvraag
  • Neurologisch onderzoek: spierkracht, bewegelijkheid gewrichten, lopen,étransfers
  • (Gangbeeldanalyse, bloedonderzoek)


Op basis van de ziekte, de belangrijkste beperkingen in het functioneren & participeren, en het beeld van de persoon en omgeving wordt een behandelplan opgesteld. Hierin zijn vaak meerdere (para)medici betrokken.


Vaakvoorkomende problemen en behandelopties

Vermoeidheid

Voorkomen: 3 op 4 MS-patienten

Doen: andere oorzaken zoals slaap #, infectie, depressie, bloedarmoede of pijn, uitsluiten

Behandelopties:

  • Advies over bewegen, taakverdeling overdag, slaapadviezen   
  • Medicatie: amantadine 1-2dd 100 mg
  • Fysiotherapie: werken aan conditie
  • Ergotherapie: planning voor activiteiten maken
  • Orthopedie: hulpmiddel


Zicht

Bij 20-25% van de MS-patiënten begint de ziekte met neuritis optica en 50-70% krijgt tijdens de ziekteverloop ermee te maken. Deze aandoening betreft een ontsteking van de oogzenuw, waardoor het zicht van één oog blijvend kan zijn aangedaan. Hiervoor kan training helpend zijn of hulpmiddel worden ingezet.


Slikken en spraak

Moeite met spreken en slikproblemen worden behandeld door de logopedist.

Dit kan gaan om ademhalingstraining, houdingsadviezen tijdens het eten en sliktraining.


Denk-, gedrag en emotieproblemen

Problemen met het geheugen en informatieverwerking komt voor bij MS.

Hiervoor kunnen compenserende vaardigheden worden aangeleerd.


Pijn

Neuropathische pijn, oftewel pijn door schade aan het zenuwstelsel, kan worden behandeld met medicatie zoals amitriptyline, carbamazepine of pregabaline. Pijn door spasticiteit kan worden behandeld middels injecties met botulinetoxine (botox) of baclofen in combinatie met fysiotherapie.