Afgekort CP
Definitie: groep blijvende aandoeningen in de ontwikkeling van houding en beweging, die leiden tot beperkingen in ADL.
Komt door een niet-progressief ziekteproces dat vóór (>75%) of tijdens de geboorte, dan wel vóór de 1e verjaardag tot hersenschade heeft geleid. Als de hersenschade na het 1e levensjaar ontstaat noemen we dat NAH - Niet Aangeboren Hersenletsel. Hersenschade leidt vaak tot bewegingsbeperkingen. Deze kunnen volgens het GMFCS classificatiesysteem naar ernst op 5 niveau's kan worden ingedeeld:
Niveau 1 - Beste vaardigheden: kind probleemloos staan, lopen en rennen.
Niveau 5 - Minst vaardig: kind heeft hulp nodig om te kunnen verplaatsen.

Voorkomen
2 : 1000 kinderen
Vroeggeboorte
Hoe korter de zwangerschap, hoe vaker het voorkomt.
>36 weken? 1,2 : 1000 kinderen
32-36 weken? 6 : 1000 kinderen
<28 weken? 59 : 1000 kinderen
Ontwikkelingen in de zorg
Eind 20e eeuw is het voorkomen én de ernst van CP gedaald door verbetering van de zorg tijdens de zwangerschap en geboorte.
Zo kunnen baby's met ernstig zuurstofgebrek worden gekoeld en naar de neonatale IC worden gebracht.
Geboortegewicht
<1000 gram: ↘ voorkomen door ✝
1000-1500: ⬈ voorkomen
Meerling: ⬈ voorkomen

Vaak hebben kinderen met CP een spastische parese: een verlamming met verhoogde spierspanning. Naast dat dit verband houdt met CP kan dit ook door andere oorzaken hebben.
Zo kan CP erfelijk zijn als de hersenschade niet progressief is. Maar is het geen CP als het brein normaal is aangelegd zoals bij hereditaire spastische paraparese (HSP). Dit wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal: het DNA. Er zijn zo'n 100 genen bekend die HSP kunnen veroorzaken. De 2 meest voorkomende zijn:
Verder moet er aan een infarct in de hersenschors worden gedacht en is het goed om te weten dat kinderen met factor V Leiden of een mutatie in het protrombine of CL4A1-gen meer at risk zijn op een CVA en daarmee opeen spastische parese.

1e trimester
Aanlegstoornisen:
Holoprosencefalie - Grote hersenen splitsen niet of deels in linker en rechter hersenhelft.
Anencefalie - Geen grote hersenen
Lissencefalie - Gladde hersenen
Dit wordt veroorzaakt door:
Bij deze kinderen zijn er leer- en bewegingsbeperkingen, en is vaak ook sprake van epilepsie.
2e & 3e trimester
Prematuren
Infectie (vaak)
- Amnionitis
- Onrijpe afweer
Hersenbloeding
Gevolg: leidt lokaal tot weefselschade & porencefalie*
O2-tekort in brein
Gevolg: door ontwikkeling # van oligodendrocyten** ontstaat periventriculaire leucomalacie (PVL), schade van witte stof rond hersenholtes.
A terme datum
Rond de uitgerekende datum:
Acuut O2-tekort
- Solutio placentae, placentaloslating
- Uterusruptuur, scheur in baarmoederwand
- Navelstrengprolaps, beknelling navelstreng
- Infectie
Infarct hersenschors
Hyperbilirubinemie
Te hoog bilirubine doordat:
- Bloedgroep of rhesusfactor van moeder en baby niet matchen
- Genetische #, bijv. G6PD-deficiëntie
*Holtes in het brein
**Steuncellen die in CZS myeline (witte stof) om axonen (zenuwuitlopers) vormen.


Waar & hoe erg het brein is beschadigd bepaalt de klachten en symptomen. Zo krijg je problemen met zien als het achterste deel van het brein is aangedaan en problemen met bewegen als de kwetsbare basale ganglia of diepe kernen beschadigd zijn.
Doen de bewegingsproblemen zich voor aan 1 kant van het lichaam, dan noemen we dat een hemiparese.
Hemi - halfzijdig, parese - krachtsverlies
Hierbij geldt, dat schade aan de rechterkant van het brein problemen geeft aan de linkerkant van het lichaam en vice versa.
Speelt dit aan 2 kanten, bijv. aan beide benen, dan noemen we dat een diplegie.
Di - 2, plegie - verlamming
Naast problemen met het bewegen en het zicht kan ook het gehoor, de spraak en het slikken zijn aangedaan. Kortom, de symptomen kunnen heel divers zijn.
De andere kant is dat soms functies aanwezig zijn, terwijl je dit op basis van de hersenschade niet verwacht. Dit komt omdat CP in de vroege ontwikkeling van het brein ontstaat. Hierdoor is de kans groter dat het brein herstelt of andere delen van het brein hersenfuncties overnemen.

Hieronder worden diverse symptomen besproken die voorkomen bij CP. Dit is bedoelt om een beeld te geven van problemen waar kinderen met CP tegenaan kunnen lopen en kan ouders helpen het beeld beter te begrijpen of te duiden. Uiteraard is het kind meer dan dat! Ieder kind is uniek. Het kan lief, grappig, zorgzaam en enthousiast zijn. Dat is bovenal wat telt!

Bij CP zijn bewegingsproblemen het meest voorkomende en kenmerkende symptoom. Op basis van het type bewegingsprobleem is CP in te delen in 3 typen:
1. Spastische type
Meest voorkomend
Door hersenschade kan je je spieren niet goed aansturen, waardoor lichaamsdelen slap zullen zijn. Zo kan het zijn dat een kind zijn hoofdje niet goed kan optillen. In de eerste 2 levensjaren zien we dit vaak veranderen. De spierenspanning neemt toe, waardoor de spieren stijver worden en je minder goed bewegen. Dit wordt spasticiteit genoemd. Gevolg van verminderde beweeglijk is dat gewrichten voor een deel kunnen vastgroeien. Dit noemen we een contractuur en zien we vaakst terug in de vorm van een spitsvoet.
2. Dyskinetische type
Typerend: bewegelijke kinderen, maken bewegingen die ze niet willen maken
Oorzaak: schade aan de diepe of basale kernen.
Voorbeelden van onwillekeurige bewegingen:
Dystonie - Arm/been gaat in een vreemde stand staan
Chorea - sierlijk, draaiende bewegingen maken
Ballisme - grote bewegingen maken waarbij het lijkt of een arm/been wordt weggegooid
3. Atactische type
Minst voorkomend
Typeren: coördinatie & evenwicht #
Door de afwijkende spierspanning is de motorische ontwikkeling van kinderen met CP vaak vertraagd. Zo zullen ze later gaan rollen, zitten en kruipen. Of het lukt om te gaan staan en lopen is afhankelijk van de ernst van de hersenschade.


Kinderen met CP kunnen sneller overprikkeld zijn, doordat het brein prikkels minder goed kan verwerken. Dit kan om vele prikkels gaan zoals licht, geluid of aanraking, maar ook gedachten, verdriet of angst. Wanneer het brein overprikkeld is werkt het niet meer goed. Dit kan leiden tot boosheid of verdriet.
Verder zien we vaker concentratieproblemen en ADHD. Hierdoor kunnen de kinderen zich minder lang vermaken.
Bij kinderen met CP kan de groei trager gaan door voedingsproblemen. Dit kan door kauw- en slikproblemen komen en een verhoogd energieverbruik door de spasticiteit. Ook kan er een verschil tussen de linker- en rechterzijde ontstaan bij halfzijdige spierzwakte. Hierbij zie je een verschil in arm- of beenlengte en hand- of voetlengte.
Doordat kinderen met CP later gaan staan en lopen, en een verstoorde spierspanning rond de heup, ontwikkelt de heupkom zich vaker minder goed. Hij wordt minder diep, wat heupdysplasie wordt genoemd. Het gevolg is dat de heup makkelijker uit de kom schiet: een heupluxatie. Dit is een pijnlijke gebeurtenis die ervoor kan zorgen dat het zitten of staan niet meer goed lukt.
Gehoorproblemen komt bij 1 : 7 tot 1 : 8 kinderen met CP voor. Door vroege screening en behandeling kunnen achterstanden in de spraak- en taalontwikkeling worden voorkomen.
Bij 3 : 4 kinderen met CP speelt er een leerprobleem.
Bij 1 : 4 kinderen is het ernstig en betreft het een verstandelijke beperking (IQ <70).
De ernst van het leerprobleem hangt af waar het brein beschadigd is. De leerproblemen zijn beperkt bij schade aan de diepe kernen en vaak ernstig als de witte stof van de grote hersenen is aangedaan of er epilepsie speelt. Epilepsie ontstaat bij de meesten voor hun <7e, maar kan op elke leeftijd tot uiting komen. Bij een aanval worden er vaak schokken aan 1 kant van het lichaam gezien. Maar dit kan ook bij beide armen en benen worden gezien.
Kinderen met CP zijn eerder vermoeid. Dit kan komen door spasticiteit of spierzwakte, problemen met slaap of prikkelverwerking, epilepsie en alledaagse cognitieve functies, zoals praten en denken, hen meer energie kost.
Doordat een ongelijke spierspanning van de rugspieren ten gevolge van de spasticiteit kan de rug scheef getrokken worden. Er ontstaat scoliose, een zijwaartse kromming van de rug. Dit kan leiden tot onzekerheid, vroege slijtage en ademhalingsproblemen.
Slaapproblemen komen vaak voor bij CP. Waar de één moeite heeft met inslapen, wordt de ander ’s nachts regelmatig wakker en kan hij moeilijk weer in slaap komen. Dit kan door CP maar ook door epilepsie komen, en overdags leiden tot vermoeidheid.
Veel mensen denken bij slikken aan een automatische reflex, wat belangrijk is om te kunnen eten en drinken. Maar het is meer dan dat. Het is een ingewikkeld proces dat vraagt om een goede samenwerking tussen de spieren van mond, tong en keel. Voor kinderen met CP gaat dit vaak moeilijker waardoor:
1. Ze speeksel moeilijker wegkrijgen en gaan kwijlen
2. Ze zich eerder verslikken. Hierdoor kan onbedoeld voedsel in de luchtpijp komen, wat ze eerder een longontsteking oplopen.
Kinderen met CP kunnen later zijn met praten. Hierbij kan het zijn dat woorden minder goed kunnen worden uitgesproken, waardoor ze minder verstaanbaar zijn. Maar het kan ook zijn dat een deel van de linker hersenhelft beschadigd is, waardoor het moeilijker is om woorden te leren en te begrijpen wat anderen zeggen.
Omdat kinderen met CP minder bewegen heeft 3 : 4 last van verstopte darmen. Doordat de ontlasting de darmen opvult kan een bolle buik en een vol gevoel ontstaan, waardoor de eetlust afneemt.
4 : 10 kinderen met CP heeft problemen met zien.
Dit komt omdat de zenuwen die de signalen vanuit de ogen naar de achterkant van het brein moeten bezorgen onderweg worden belet, doordat het stuit tegen een beschadigd deel van de hersenen. Hierdoor missen kinderen een deel van het beeld.
Zindelijk worden is voor de meeste kinderen met CP moeilijk tot onmogelijk. Bij kinderen met een 1-zijdige spierzwakte lukt dit eerder dan bij kinderen met een dubbelzijdige spierzwakte. Zo is 50% van de kinderen met een dubbelzijdige spierzwakte zindelijk rond hun 5e tegenover 80% van de kinderen met een 1-zijdige spierzwakte.
Ook kan er sprake zijn van een spastische blaas. Hierdoor moeten ze vaker plassen, wat het lastiger maakt om zindelijk te worden.
De diagnose CP wordt gesteld op basis van het verhaal en wat er gevonden wordt bij het lichamelijk onderzoek.
Vaak wordt er extra onderzoek gedaan om met meer zekerheid de diagnose te kunnen stellen. Zo kan een buisje bloed worden afgenomen voor DNA-onderzoek. Door whole exome sequencing kan het hele DNA worden afgelezen en gekeken of er fouten in het DNA zijn die passen bij CP of een beeld dat daarop lijkt, CP-mimics. Verder kan met een MRI worden gemaakt om te kijken of en waar het brein is beschadigd. Als de scan geen schade laat zien, wordt dit herhaald als het kind 1,5 jaar is, omdat de schade mogelijk dan wel zichtbaar is op de MRI.
Vroege herkenning van het beeld is belangrijk. Hoe eerder de diagnose wordt gesteld, des te eerder kan er met de behandeling worden gestart. Signalen die in de 1ste maanden na de geboorte kunnen wijzen op CP zijn:

Andere onderzoeken die vaker of standaard worden gedaan zijn:
Röntgenfoto van de heupen om vroegtijdig te controleren op heupdysplasie en heup(sub)luxatie.
Oogonderzoek naar scheelzien (strabismus), trilogen (nystagmus) en de verwerking van visuele prikkels in het brein.
EEG-metingen om naar het functioneren van het brein te kijken en epileptische activiteit op te sporen.

Er is geen genezing mogelijk omdat hersenschade onomkeerbaar is. De behandeling is gericht om het zo goed mogelijk functioneren van het kind met de beperkingen die er zijn.
Een belangrijk in de behandeling is bewegen! Dit is goed voor de stemming, botopbouw en ontwikkeling. Het advies luidt om:

Kan:
Kan:
Kan:

Waar houdt deze specialist zich mee bezig?

Staat voor Multi Sensory Stimulation And Priming.
Bij deze behandeling voor baby's tussen de 4-8 maanden wordt gedurende 8 weken 3x daags 10 minuten de aangedane arm en hand gestimuleerd. Dit gebeurt door een polsbandje dat licht geeft, trilt en geluid maakt, zodat het kind meer aandacht krijgt voor de aangedane arm en hand, en het meer gaat gebruiken.
Dit is een behandeling voor baby’s en kids tot 3 jaar die aan 1 kant ↘ kracht hebben en behendig zijn.
In de Constraint Induced Movement Therapy wordt een sokje of sling om de goede arm gedragen waardoor de mindere arm getraind wordt. In de Bimanuele Training wordt geoefend om handelingen met 2 handen uit te voeren. Dit helpt in de ontwikkeling.
De behandelopties voor spasticiteit zijn divers.
Voor het selecteren van een behandeling wordt gekeken naar:

Botulinetoxine, beter bekend als Botox, wordt in spastische spieren geïnjecteerd om ze te verlammen. Nadeel is dat het effect maar enkele maanden aanhoudt. Ook wordt het gebruikt voor dystonie, onwillekeurige spiersamentrekkingen. Hierbij worden de injecties standaard 1x per 3 maanden herhaald. Verder kan het in de speekselklieren worden ingebracht om de speekselproductie en daarmee het kwijlen te verminderen.
Bij diepe hersenstimulatie (DBS) wordt vanuit een onderhuidse pacemaker via elektroden korte stroompjes in het brein afgegeven. Dit corrigeert of stopt verstoorde hersensignalen. Bij CP is het met name effectief bij dystonie: pijnlijke, onwillekeurige spieraanspanningen die leiden tot een vreemde houding of draaiende bewegingen.
Bij scoliose, oftewel een kromgegroeide wervelkolom, kan de bocht toenemen en hinder geven bij het staan en zitten. Om verdere toename van de kromming te voorkomen kan een korset helpend zijn. Als dit niet genoeg helpt is dan kan een operatie worden overwogen waarbij de rug wordt vastgezet.
Bij een epilepsieaanval is afwachten en rust het beste wat je kunt doen. Als de aanval na 5 minuten niet is gestopt, kunnen medicijnen zoals midazolam neusspray, diazepam rectiole, lorazepam of clonazepam druppels worden gegeven om de aanval te stoppen. Enkele minuten na toediening zou je hier effect van moeten zien.
Om de spierspanning te beïnvloeden zijn er 2 soorten medicijnen.
1. Spierontspanners zoals: clonazepam (rivotril) & trihexyfenidyl (Artane).
2. Spierverslappers zoals: baclofen (Lioresal®), tizanidine (Sirdalud®) & dantroleen (Dantrium®). Baclofen kan in tabletvorm via de mond of via een onderhuids pompje met een slangetje in het hersenvocht rond het ruggenmerg worden gebracht. De plaats waar het slangetje uitkomt, bepaalt welke spastische spieren worden behandeld. Voor deze intrathecale behandeling (ITB) moeten kinderen minstens 4 jaar oud zijn.
Bij ernstige spasticiteit kunnen pezen van spieren worden doorgenomen om het lopen te verbeteren of ten behoeve van de verzorging. Een spitsvoet is de meest voorkomende contractuur bij CP. Door de achillespees door te nemen verleng je deze en kan er weer met een platte voet op de grond worden gestaan.
Spasticiteit kan ook worden behandeld door selectieve dorsale rhizotomie (SDR). Dit is een operatie waarbij in de onderrug overactieve zenuwvezels worden doorgesneden.
Voorwaarden voor behandeling:
Voordeel: blijvend effect
Doel: zorgen dat je kan blijven lopen en contracturen worden voorkomen. Ook wordt het toegepast bij een kind met ernstige spasticiteit dat niet meer kan lopen ten behoeve van comfort en pijnreductie.
Spalken, ook wel orthesen genoemd, worden gebruikt om het lopen en de stand te verbeteren door de spitsvoet in een meer anatomische stand te zetten waardoor de spieren oprekken. Verbetering van de stand kan ook met gips worden bewerkstelligd.
Afhankelijk van de problematiek kunnen kinderen vanaf 2 maanden naar een speciale kinderdagopvang toe. Zo zijn er therapeutische peutergroepen in revalidatiecentra en is er dagopvang in een orthopedagogisch of een medische kinderdagcentrum. Voor het eerst genoemde verloopt de aanmelding via de revalidatiearts en voor de andere twee via de gemeente.
Er zijn verschillende opties voor onderwijs. Waar de één regulier onderwijs volgt, is dat voor de ander te moeilijk en speciaal onderwijs een betere plek. Hier zijn de klassen kleiner en kan het onderwijs meer op het kind worden afgestemd. Ook zijn er cluster 3-scholen. Dit is speciaal én voortgezet speciaal onderwijs waar kinderen therapie onder schooltijd kunnen krijgen.